ECLI:NL:RVS:2004:AR7570
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- S. Zwemstra
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering vergunning uitrit Laren wegens onvoldoende motivering
Het college van burgemeester en wethouders van Laren verleende aanvankelijk een vergunning voor het aanleggen van een uitrit op een locatie in Laren. Na bezwaar werd deze vergunning herroepen en geweigerd. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant gegrond en bepaalde dat het college een nieuwe beslissing moest nemen.
In hoger beroep bij de Raad van State betoogde appellant onder meer dat de rechtbank ten onrechte een derde partij als belanghebbende had aangemerkt en dat het college onvoldoende had gemotiveerd waarom de vergunning geweigerd werd. De Afdeling oordeelde dat de derde partij terecht als belanghebbende was aangemerkt omdat deze in directe nabijheid van de uitrit woonde.
De Raad stelde vast dat het college in haar besluit op bezwaar niet duidelijk had aangegeven welke van de in de APV limitatief genoemde weigeringsgronden van toepassing was en dat de motivering ontbrak. Het college had onterecht een belangenafweging gemaakt zonder eerst vast te stellen dat een weigeringsgrond zich voordeed. Daarom werd het besluit vernietigd en het college opgedragen een nieuwe beslissing te nemen. Tevens werd het college veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van de vergunning voor de uitrit wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering.