ECLI:NL:RVS:2004:AR7572
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- W.C.M. Ramsahai
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing omzetting voorlopige toevoeging in definitieve toevoeging wegens overschrijding vermogensgrens
Appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de raad voor rechtsbijstand Leeuwarden om zijn verzoek tot omzetting van een voorlopige toevoeging in een definitieve toevoeging af te wijzen. De raad stelde dat appellant na beëindiging van de rechtsbijstand een banktegoed van € 22.906,32 had, wat de vermogensgrens volgens de Wet op de rechtsbijstand (Wrb) overschrijdt.
De rechtbank Leeuwarden verklaarde het beroep van appellant ongegrond en stelde dat de herkomst van het banktegoed niet relevant is voor de beoordeling van het vermogen. Appellant voerde aan dat het bedrag bestond uit achterstallig salaris en onterecht ontslag, en dat dit niet als vermogen moest worden beschouwd omdat het salaris per maand had moeten worden betaald.
De Raad van State volgde dit betoog niet en bevestigde dat het banktegoed als vermogen moet worden meegeteld. Ook het beroep op redelijkheid en billijkheid slaagde niet omdat appellant geen omstandigheden aannemelijk maakte die het onredelijk bezwarend zouden maken om het bedrag aan te wenden voor de kosten van rechtsbijstand. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.