ECLI:NL:RVS:2004:AR7579
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A.C. Slump
- G.A.A.M. Boot
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bouwvergunning wegens niet tijdig starten bouwwerkzaamheden
Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht heeft op 3 september 2003 de bouwvergunning voor een bedrijfsruimte, verleend in 1992, ingetrokken omdat binnen 26 weken na onherroepelijkheid van de vergunning niet met de bouwwerkzaamheden was begonnen. Appellant maakte bezwaar en stelde beroep in tegen deze intrekking, maar de voorzieningenrechter verklaarde het beroep ongegrond.
De Raad van State overwoog dat het college bevoegd was tot intrekking op grond van de Woningwet en de bouwverordening Utrecht. Daarnaast speelde mee dat het bestemmingsplan en de planologische ontwikkelingen in het gebied sinds 1995 waren gewijzigd, met het Masterplan Leidsche Rijn en een voorbereidingsbesluit voor een groenzone.
De Raad stelde vast dat het college het belang van de gewijzigde planologische inzichten zwaarder mocht laten wegen dan het belang van appellant bij het handhaven van de vergunning. Appellant had ruim 11 jaar na vergunningverlening pas aangegeven te willen starten, ondanks kennis van de nieuwe plannen. Er bestaat geen verplichting voor het college om vergunninghouders persoonlijk te informeren over bestemmingswijzigingen.
Gelet hierop was de intrekking redelijk en rechtmatig. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de voorzieningenrechter bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van de bouwvergunning wordt bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard.