ECLI:NL:RVS:2004:AR7947
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H. Beekhuis
- P.A. de Vink
- Rechtspraak.nl
Weigering revisievergunning varkenshouderij wegens onaanvaardbare stankhinder
Verweerder heeft op 27 april 2004 een revisievergunning geweigerd voor een varkenshouderij op een perceel in de gemeente Mook en Middelaar, omdat de gevraagde vergunning zou leiden tot onaanvaardbare stankhinder die niet kan worden gerechtvaardigd met bestaande rechten. Appellant stelde dat de stankhinder afneemt ten opzichte van de eerder vergunde situatie en dat bij de berekening van mestvarkeneenheden onjuiste omrekeningsfactoren zijn gehanteerd.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat verweerder terecht de omrekeningsfactoren uit de Richtlijn veehouderij en stankhinder heeft toegepast en dat de gevraagde veebestand groter is dan de eerder verleende rechten. Tevens was er onvoldoende sprake van een functionele binding tussen de onderhavige inrichting en de veehouderij op het nabijgelegen perceel, zodat alleen de rechten van de eerder verleende revisievergunning konden worden meegewogen.
De Raad van State concludeerde dat de weigering van de vergunning terecht is omdat de toename van mestvarkeneenheden leidt tot een toename van stankhinder die niet kan worden voorkomen door voorschriften. Daarnaast kon geen gewicht worden toegekend aan eventuele toezeggingen die appellant aanvoerde. Het beroep werd ongegrond verklaard en het bestreden besluit gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de revisievergunning is ongegrond verklaard en het besluit gehandhaafd.