ECLI:NL:RVS:2004:AR7973
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.J. Hoekstra
- R.H. Lauwaars
- J.G.C. Wiebenga
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit aanwijzing Lauwersmeer als speciale beschermingszone wegens gebrekkige motivering en ontvankelijkheid
In deze bestuursrechtelijke zaak is het besluit van 24 maart 2000 tot aanwijzing van het Lauwersmeergebied als speciale beschermingszone (SBZ) aangevochten door appellanten, waaronder een landbouwersgezin en de Waddenvereniging. Verweerder, de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, had hun bezwaren deels niet-ontvankelijk verklaard en deels ongegrond.
De Raad van State oordeelt dat de minister ten onrechte het bezwaar van appellant sub 1a niet-ontvankelijk heeft verklaard omdat diens perceel direct grenst aan het SBZ-gebied, waardoor hij als belanghebbende moet worden aangemerkt. Het bezwaar van appellant sub 1b werd terecht niet-ontvankelijk verklaard vanwege de afstand van zijn gronden tot het SBZ, maar de motivering was onjuist. Daarnaast heeft de minister nagelaten een heroverweging te maken op basis van alle ontvankelijke bezwaren, in strijd met de Algemene wet bestuursrecht.
De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt het bestreden besluit en verklaart het bezwaar van appellant sub 1b niet-ontvankelijk. Tevens veroordeelt zij de minister tot vergoeding van proceskosten van de Waddenvereniging en tot vergoeding van griffierechten aan appellanten. De zaak wordt terugverwezen voor een nieuwe beslissing waarbij alle ontvankelijke bezwaren worden betrokken.
Uitkomst: Het besluit tot aanwijzing van het Lauwersmeer als speciale beschermingszone wordt vernietigd wegens gebrekkige motivering en onjuiste ontvankelijkheidsbeoordeling.