ECLI:NL:RVS:2004:AR7974
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.J. Hoekstra
- R.H. Lauwaars
- J.G.C. Wiebenga
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit aanwijzing speciale beschermingszone Waddeneilanden/Noordzeekustzone/Breebaart
De Waddenvereniging maakte bezwaar tegen het besluit van 24 maart 2000 waarbij het gebied Waddeneilanden/Noordzeekustzone/Breebaart werd aangewezen als speciale beschermingszone (SBZ) in het kader van de Vogelrichtlijn. Verweerder verklaarde het bezwaar bij besluit van 26 maart 2004 primair niet-ontvankelijk en subsidiair ongegrond. De Waddenvereniging stelde dat het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk werd verklaard omdat het wel degelijk gericht was tegen het aanwijzingsbesluit.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het bezwaar wel ontvankelijk was omdat het expliciet gericht was tegen het aanwijzingsbesluit van het gebied als SBZ. De niet-ontvankelijkverklaring door verweerder was daarom onjuist. De subsidiaire ongegrondverklaring werd als niet-bindende overweging beschouwd, zodat daar niet inhoudelijk op werd ingegaan.
De Raad van State verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het bestreden besluit. Verweerder werd opgedragen bij de nieuwe beslissing op bezwaar rekening te houden met alle nieuwe feiten en omstandigheden. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan de Waddenvereniging.
Uitkomst: Het beroep van de Waddenvereniging is gegrond verklaard en het besluit van 26 maart 2004 is vernietigd wegens onjuiste niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar.