ECLI:NL:RVS:2004:AR7980
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- J.A. Hoovers-Backaert
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking toestemming beveiligingswerkzaamheden wegens verval geldigheid
De Korpschef van de politieregio Brabant-Noord trok de eerder aan appellant verleende toestemming tot het verrichten van beveiligingswerkzaamheden in. Appellant maakte bezwaar tegen deze intrekking, maar dit bezwaar werd door de korpschef ongegrond verklaard. De rechtbank 's-Hertogenbosch stelde appellant in het gelijk door het bezwaar alsnog niet-ontvankelijk te verklaren, omdat de toestemming op grond van de geldigheidsduur reeds was vervallen voordat de intrekkingsbrief werd verzonden.
De Raad van State heeft in hoger beroep beoordeeld of de brief van 24 juli 2002, waarin de intrekking werd meegedeeld, als een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht kon worden aangemerkt. Uit de Regeling particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus volgt dat de toestemming slechts twaalf maanden geldig is en niet automatisch wordt verlengd, tenzij in uitzonderlijke gevallen zoals ziekte of familieomstandigheden.
Appellant had het vereiste diploma niet binnen de gestelde termijn behaald en had ook geen verlenging gevraagd. Er was geen sprake van uitzonderlijke omstandigheden die verlenging rechtvaardigden. De Raad van State bevestigde dat de toestemming derhalve van rechtswege was vervallen en dat de brief van de korpschef geen besluit vormde waartegen bezwaar kon worden gemaakt. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt dat de toestemming tot beveiligingswerkzaamheden rechtsgeldig is vervallen en verklaart het hoger beroep ongegrond.