ECLI:NL:RVS:2004:AR7987
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- K. Brink
- W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd
- H. Borstlap
- Rechtspraak.nl
Intrekking vergunningen grondwateronttrekking voor fertigatie en gewasbescherming in Zuidelijk Flevoland
Verweerder heeft op 28 oktober 2003 besloten de vergunningen van appellante voor het onttrekken van grondwater uit het derde watervoerend pakket in Zuidelijk Flevoland gedeeltelijk in te trekken per 1 mei 2005, specifiek voor de gebruiksdoelen fertigatie en gewasbescherming. Deze besluiten zijn aangevochten door appellante.
De Raad van State overweegt dat het beleid van verweerder gericht is op het reserveren van dit grondwater voor de openbare drinkwatervoorziening vanwege de kwaliteit en beperkte beschikbaarheid. Uit onderzoek blijkt dat leidingwater een geschikt alternatief is voor de onttrekkingen ten behoeve van fertigatie en gewasbescherming. Hydron Flevoland N.V. kan dit water leveren zonder risico's voor de kwaliteit van de fruitbomen.
Appellante voerde aan dat zij aanzienlijke investeringen heeft gedaan en dat de kosten voor leidingwater onredelijk hoog zijn, maar de Raad oordeelt dat zij hierop had moeten anticiperen en dat de kosten niet onredelijk zijn. Ook het gelijkheidsbeginsel is niet geschonden omdat andere gebruikers geen grondwater uit hetzelfde pakket onttrekken. De vrees voor verslechterde brandbestrijding is ongegrond.
De Raad verklaart het beroep ongegrond en wijst erop dat eventuele schadevergoeding apart moet worden aangevraagd. De vergunningen voor beregening blijven ongewijzigd in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de gedeeltelijke intrekking van de vergunningen voor grondwateronttrekking is ongegrond verklaard.