ECLI:NL:RVS:2004:AR7999
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.M. Boll
- P.A. de Vink
- Rechtspraak.nl
Vergunningverlening varkensmesterij met milieubezwaren afgewezen
Bij besluit van 1 juni 2004 verleende het college van gedeputeerde staten van Groningen een vergunning voor het oprichten en in werking hebben van een varkensmesterij met 3.344 vleesvarkens. Appellanten maakten bezwaar tegen deze vergunning en stelden onder meer dat ten onrechte geen milieu-effectrapport was opgesteld en dat de inrichting zou leiden tot onaanvaardbare milieuhinder.
De Raad van State oordeelde dat het beroep van enkele appellanten niet-ontvankelijk was omdat zij geen bedenkingen tegen het ontwerpbesluit hadden ingebracht. De overige beroepsgronden, waaronder de noodzaak van een milieu-effectrapport, ammoniakdepositie, stank-, geluid- en stofhinder, overlast door ongedierte, aantasting van het landschap en besmettingsgevaar voor dieren, werden inhoudelijk beoordeeld en afgewezen.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat de wijziging van de aanvraag niet leidde tot een nieuwe aanvraag, waardoor het oude recht van toepassing bleef. De vergunning voldeed aan de milieuregels, waaronder de Interimwet ammoniak en veehouderij, en de milieutechnische richtlijnen. Andere bezwaren zoals verkeersveiligheid, waardedaling van woningen en strijd met het bestemmingsplan werden niet-ontvankelijk verklaard of niet-onderzocht omdat deze niet tot het milieubelang behoren.
De Raad van State verklaarde het beroep van een appellant niet-ontvankelijk en het beroep van de overige appellanten ongegrond. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep is deels niet-ontvankelijk verklaard en deels ongegrond verklaard; de vergunning blijft van kracht.