ECLI:NL:RVS:2004:AR8003
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A.C. Slump
- M.G.J. Parkins-de Vin
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over niet-ontvankelijkheid bezwaarschrift vrijstelling WRO
Appellante had op 12 november 2001 een aanvraag ingediend voor het verlenen van vrijstelling op grond van artikel 19 van Pro de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO). Nadat het college niet tijdig op haar bezwaarschrift had beslist, stelde zij beroep in bij de rechtbank Roermond. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en bepaalde dat het college binnen acht weken een reëel besluit moest nemen.
Het college nam vervolgens een besluit waarin het bezwaarschrift werd gegrond verklaard, maar stelde dat verdere behandeling afhankelijk was van een voorbereidingsbesluit van de gemeenteraad. Na meerdere procedures en besluiten, waaronder een weigering van vrijstelling en een niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaarschrift door het college, verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond.
Appellante stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze bevestigde de uitspraak van de rechtbank en oordeelde dat het besluit van 7 januari 2003 als een beslissing op bezwaar moest worden aangemerkt. Het college had het bezwaarschrift terecht niet-ontvankelijk verklaard omdat tegen dat besluit geen bezwaar maar beroep openstond. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.