ECLI:NL:RVS:2004:AR8008
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- W.D.M. van Diepenbeek
- J.H. van Kreveld
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit ambtshalve vertrekregistratie naar Duitsland in basisadministratie
Het college van burgemeester en wethouders van Wierden heeft op 8 augustus 2003 ambtshalve aangetekend dat appellant sinds 6 juni 2003 is vertrokken naar een adres in Duitsland. Appellant maakte bezwaar tegen deze registratie, dat door het college ongegrond werd verklaard. De rechtbank Almelo verklaarde het beroep van appellant eveneens ongegrond.
Appellant stelde dat onvoldoende bewijs bestond dat hij niet meer in Wierden woonde, maar de Raad van State overwoog dat het college op basis van een mededeling van de vroegere echtgenote van appellant en het feit dat appellant alle correspondentie vanuit Duitsland voerde, mocht aannemen dat hij het grootste deel van de tijd in Duitsland verbleef. Appellant heeft dit vermoeden niet met concrete gegevens kunnen weerleggen.
Verder oordeelde de Raad van State dat het college geen ruimte had voor een belangenafweging, ook niet gezien de financiële belangen van appellant bij zijn inschrijving in Wierden. De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en het ambtshalve vertrek naar Duitsland blijft geregistreerd.