ECLI:NL:RVS:2004:AS4589
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- M.G.J. Parkins-de Vin
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vreemdelingenbewaring en afwijzing schadevergoeding wegens rechtmatig verblijf geëindigd
Appellante werd op 2 oktober 2004 in vreemdelingenbewaring gesteld wegens verdenking van het plegen van een misdrijf. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze bewaring ongegrond en wees haar verzoek om schadevergoeding af.
Appellante stelde dat zij zich nog binnen de vrije termijn van artikel 12 Vreemdelingenwet Pro 2000 bevond en dus rechtmatig verblijf had, omdat er geen concrete aanwijzingen waren voor een gevaar voor de openbare orde. De Raad van State oordeelde dat de strafrechtelijke verdenking ten tijde van de inbewaringstelling niet was vervallen, waardoor concrete aanwijzingen bestonden dat zij een gevaar vormde.
Hierdoor was haar rechtmatig verblijf geëindigd en was de bewaring gerechtvaardigd. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak bevestigt dat een strafrechtelijke verdenking die niet is vervallen voldoende grond kan zijn voor het beëindigen van rechtmatig verblijf en het toepassen van vreemdelingenbewaring volgens de Vreemdelingenwet en het Vreemdelingenbesluit.
Uitkomst: De vreemdelingenbewaring van appellante wordt bevestigd en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.