ECLI:NL:RVS:2005:AR8733
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- W.D.M. van Diepenbeek
- M.A.A. Mondt-Schouten
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek schadevergoeding planschade wegens niet-eigendom bij vaststelling bestemmingsplan
Appellant verzocht de gemeenteraad van Heerenveen om schadevergoeding op grond van artikel 49 van Pro de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO), omdat zijn perceel volgens hem in waarde was gedaald door het bestemmingsplan "Heerenveen-Centrum". Dit bestemmingsplan was vastgesteld in 1990 en onherroepelijk geworden in 1992. Appellant werd echter pas eigenaar van het perceel in 1997, na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan.
De gemeenteraad wees het verzoek af en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank Leeuwarden bevestigde deze afwijzing. Appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de schadevergoeding op grond van artikel 49 WRO Pro alleen kan worden toegekend aan degene die eigenaar was ten tijde van het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan. Omdat appellant toen nog geen eigenaar was, kon hij geen aanspraak maken op vergoeding van planschade.
Verder oordeelde de Afdeling dat andere door appellant aangevoerde gronden, zoals schade door verstrekte informatie, dwangsombeschikkingen en verzoek tot bestemmingswijziging, niet ter beoordeling stonden in dit geding. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om schadevergoeding wegens planschade wordt afgewezen omdat appellant geen eigenaar was ten tijde van het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan.