ECLI:NL:RVS:2005:AS2139

Raad van State

Datum uitspraak
3 januari 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
200410133/2
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 Awb
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen bouwvergunning school in Herkenbosch

Het college van burgemeester en wethouders heeft op 3 augustus 2004 een vrijstelling en bouwvergunning verleend voor het oprichten van een school op een perceel aan de hoek Sportlaan/Europalaan-Oost te Herkenbosch. Verzoekers maakten bezwaar tegen dit besluit, dat door het college op 26 oktober 2004 ongegrond werd verklaard. De voorzieningenrechter van de rechtbank Roermond verklaarde de beroepen van verzoekers op 24 november 2004 ongegrond.

Verzoekers stelden hoger beroep in bij de Raad van State en verzochten om een voorlopige voorziening. De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak behandelde het verzoek op 30 december 2004, waarbij partijen hun standpunten toelichtten.

De Voorzitter overwoog dat genomen besluiten in beginsel uitvoerbaar zijn, zeker wanneer de rechter in eerste aanleg het beroep ongegrond heeft verklaard. Er waren geen aanwijzingen dat de uitspraak in de bodemprocedure zou worden vernietigd of dat de bouwvergunning onterecht was verleend. De locatiekeuze bood geen ernstige bezwaren die medewerking aan het bouwplan zouden moeten verhinderen. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de bouwvergunning voor de school wordt afgewezen.

Uitspraak

200410133/2.
Datum uitspraak: 3 januari 2005
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op verzoeken om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) hangende de hoger beroepen van:
1.    [verzoekers sub 1],
2.    [verzoekers sub 2], allen wonend te [woonplaats],
tegen de uitspraak van de rechtbank Roermond van 24 november 2004 in het geding tussen:
verzoekers
en
het college van burgemeester en wethouders van Roerdalen.
1.    Procesverloop
Bij besluit van 3 augustus 2004 heeft het college van burgemeester en wethouders (hierna: het college) vrijstelling en bouwvergunning verleend voor het oprichten een bouwwerk ten behoeve van een school op een perceel op de hoek Sportlaan/Europalaan-Oost, kadastraal bekend gemeente Melick en Herkenbosch, sectie A, nummer 5591 (ged.), te Herkenbosch.
Bij besluit van 26 oktober 2004 heeft het college de daartegen door verzoekers gemaakte bezwaren ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 24 november 2004, verzonden op diezelfde dag, heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Roermond (hierna: de voorzieningenrechter), voorzover thans van belang, de daartegen door verzoekers ingestelde beroepen ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak hebben verzoekers sub 1, bij brief van 13 december 2004, bij de Raad van State ingekomen op diezelfde dag, en verzoekers sub 2, bij brief van 24 december 2004, bij de Raad van State ingekomen op diezelfde dag, hoger beroep ingesteld. Voorts hebben zij de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De Voorzitter heeft de verzoeken ter zitting behandeld op 30 december 2004, waar [verzoekers sub 1], bijgestaan door mr. R. Verkoijen, [verzoekers sub 2], vertegenwoordigd door laatstgenoemde persoon, en het college, vertegenwoordigd door I.A.J. van Enckevort en J.T.A. Wiegant, beiden ambtenaar van de gemeente, zijn verschenen en hun standpunten hebben toegelicht.
2.    Overwegingen
2.1.     Genomen besluiten zijn in het algemeen uitvoerbaar, ook als daartegen een rechtsmiddel is aangewend. Dit uitgangspunt geldt temeer, indien, zoals in dit geval, de rechter in eerste aanleg het tegen het besluit ingestelde beroep ongegrond heeft bevonden.
2.2.    In hetgeen verzoekers naar voren hebben gebracht is geen aanleiding te vinden om op voorhand aan te nemen dat de aangevallen uitspraak in de bodemprocedure niet in stand zal blijven, althans dat daarin geconcludeerd zal worden dat geen vrijstelling en bouwvergunning verleend  mochten worden, zoals bij het besluit van 3 augustus 2004 is gedaan.
Met name hetgeen verzoekers hebben aangevoerd omtrent de locatiekeuze, biedt zulke aanknopingspunten niet, omdat het college diende te beslissen op de aanvraag om bouwvergunning, zoals die bij hem is ingediend, tenzij ernstige bezwaren ertoe zouden nopen dat medewerking aan het bouwplan wordt onthouden. Van zodanige ernstige bezwaren is evenwel niet gebleken. De enkele omstandigheid dat, naar gesteld, een gunstiger locatie zou hebben kunnen worden gekozen, levert zulke bezwaren niet op.
2.3.    De conclusie is dat de verzoeken dienen te worden afgewezen.
2.4.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3.    Beslissing
De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst de verzoeken af.
Aldus vastgesteld door mr. R.W.L. Loeb, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. S.H. van den Ende, ambtenaar van Staat.
w.g. Loeb    w.g. Van den Ende
Voorzitter    ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 3 januari 2005
275.