ECLI:NL:RVS:2005:AS2164
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A.C. Slump
- M.H. Broodman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering huisvestingsvergunning en bestuursdwang woonruimte Utrecht
Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht stelde bij besluit van 20 februari 2003 vast dat de woonruimte in Utrecht vrijgekomen was door het vertrek van de oorspronkelijke hoofdbewoner en weigerde aan appellante een huisvestingsvergunning te verlenen. Tevens werd ontruiming bevolen onder dreiging van bestuursdwang.
Appellante maakte bezwaar tegen deze besluiten en verzocht om urgentieverlening, maar deze verzoeken werden door het college afgewezen. De rechtbank Utrecht verklaarde de beroepen van appellante ongegrond. Appellante ging in hoger beroep bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat het college terecht had vastgesteld dat appellante geen huisvestingsvergunning had omdat zij niet tot het huishouden van de oorspronkelijke hoofdbewoner behoorde. Ook voldeed zij niet aan de criteria voor urgentie in de huisvestingsverordening. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.