ECLI:NL:RVS:2005:AS2186
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd
- Ch.W. Mouton
- P.C.E. van Wijmen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit hogere geluidgrenswaarden voor woningbouw Houthaven Schiedam
Bij besluit van 24 mei 2004 stelde het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland hogere grenswaarden vast voor de geluidbelasting vanwege een industrieterrein ten behoeve van de bouw van 220 woningen aan de Houthaven te Schiedam. Appellante, EMC Nederland B.V., voerde aan dat het gebied niet als woongebied kan worden aangemerkt en dat de zogenoemde zeehavenontheffing ten onrechte werd toegepast.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het terrein een voormalig braakliggend houthandelterrein is, omgeven door industrieterrein en havengebied aan de zuid- en westzijde en bestaande bebouwing aan de noord- en oostzijde. Gezien deze feitelijke situatie kan het terrein niet worden beschouwd als planmatige verdichting van een bestaand woongebied zoals bedoeld in artikel 67, vierde lid, van de Wet geluidhinder.
Daarom werd het bestreden besluit vernietigd en het bezwaar van appellante gegrond verklaard. Tevens werd het eerdere besluit van 24 mei 2004 herroepen. De uitspraak treedt in de plaats van het vernietigde besluit. De provincie Zuid-Holland werd veroordeeld tot betaling van proceskosten en vergoeding van griffierecht aan appellante.
Uitkomst: Het besluit tot vaststelling van hogere geluidgrenswaarden voor de woningbouw aan de Houthaven te Schiedam wordt vernietigd omdat het terrein niet kwalificeert als planmatige verdichting van een bestaand woongebied.