ECLI:NL:RVS:2005:AS2188
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- P.A. Offers
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing handhavingsverzoek gebruik agrarische bedrijfswoning in strijd met bestemming
Het college van burgemeester en wethouders van Monster (thans Westland) wees het verzoek van appellant af om handhavend op te treden tegen het gebruik van een agrarische bedrijfswoning door een partij, omdat dit gebruik volgens het bestemmingsplan was toegestaan. Appellant stelde dat de partij geen agrarisch bedrijf uitoefent en dat de huisvesting niet noodzakelijk is voor het tuinbouwbedrijf op het perceel.
De Raad van State oordeelde dat het bestemmingsplan “Buitengebied” de gronden bestemde voor tuinbouwbedrijven met bijbehorende bedrijfswoningen, waarbij het gebruik van de woning ten dienste moet staan van de bestemming. Uit een teeltovereenkomst tussen de partij en een vergunninghouder bleek dat zij samen het tuinbouwbedrijf exploiteren, waarbij de partij verantwoordelijk is voor onderhoud en toezicht.
De Raad vond geen grond om te veronderstellen dat de activiteiten van de partij geen reële betekenis hebben voor het tuinbouwbedrijf. Het feit dat de partij zelf geen agrarisch bedrijf uitoefent, doet hieraan niet af. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.