ECLI:NL:RVS:2005:AS2192
Raad van State
- Hoger beroep
- B.J. van Ettekoven
- L. Groenendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaststelling gebiedsplan Het Lage Midden ondanks economische belangen landbouwgronden
Het College van Gedeputeerde Staten van Friesland stelde op 17 september 2002 het gebiedsplan Het Lage Midden vast. Appellanten, eigenaren van landbouwgronden net buiten het gebied, voerden aan dat het plan hun economische belangen schaadt doordat hun gronden in waarde dalen en moeilijk verkoopbaar worden. De rechtbank Leeuwarden verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellanten hoger beroep instelden bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelt dat het gebiedsplan geen directe planologische gevolgen heeft voor de landbouwgronden van appellanten, omdat de bestemming en het toegelaten gebruik niet worden gewijzigd zonder wijziging van het bestemmingsplan. Wel kan het plan toekomstige uitbreidingen beperken en invloed hebben op de waarde van de gronden. Deze belangen zijn betrokken bij de besluitvorming.
De Afdeling bestuursrechtspraak acht het College bevoegd en redelijk in het afwegen van het algemeen belang van natuur- en landschapsbehoud boven de economische belangen van appellanten. Het beleid is gericht op het voorkomen van natuurbestemmingen die agrarische bedrijfsvoering onmogelijk maken, met bereidheid tot kavelruil en bedrijfsverplaatsing. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de vaststelling van het gebiedsplan bevestigd.