Uitspraak
200405707/2heeft de Voorzitter van de Afdeling een oordeel gegeven over hetgeen appellant ten aanzien van de verstoring van de rust binnen de afpalingskring van zijn eendenkooi door de werkzaamheden in het kader van de demping van de sloot heeft aangevoerd. De Afdeling ziet gelet op de stukken en het verhandelde ter zitting geen aanleiding om over de beroepsgronden van appellant thans anders te oordelen dan haar Voorzitter heeft gedaan. Onder verwijzing naar de overwegingen in vorengenoemde uitspraak komt de Afdeling tot het oordeel dat de bezwaren van appellant geen doel treffen. Het beroep is daarom ongegrond.