ECLI:NL:RVS:2005:AS2200
Raad van State
- Hoger beroep
- B.J. van Ettekoven
- L. Groenendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek toevoeging rechtsbijstand wegens vermogenstoets
Bij besluit van 24 juli 2002 wees het Bureau rechtsbijstandvoorziening een verzoek om toevoeging af op grond van het vermogen van appellant. De Raad voor Rechtsbijstand verklaarde het administratief beroep ongegrond en de rechtbank bevestigde dit oordeel in februari 2004. Appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de vraag of bepaalde bedrijfsmiddelen niet te gelde konden worden gemaakt zonder onredelijke bezwarende voorwaarden, zodat deze buiten de vermogenstoets moesten blijven. Tevens stelde appellant dat zijn liquiditeitspositie slechts tijdelijk was en dat pachtsommen onjuist in de jaarrekening waren verwerkt.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het beleid van de Raad correct werd toegepast: het doel waarvoor vermogen wordt gereserveerd is niet relevant en de aanwezigheid van liquide middelen betekent dat appellant op andere wijze in de kosten van rechtsbijstand kan voorzien. De vermeende onjuistheid van de jaarrekening was niet bekend bij de Raad ten tijde van het besluit en kon appellant niet baten.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek om toevoeging rechtsbijstand bevestigd.