ECLI:NL:RVS:2005:AS3209
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- E.M. Ouwehand
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen kapvergunning bomen Amsterdam-Zuidoost
Het dagelijks bestuur van het stadsdeel Zuidoost van de gemeente Amsterdam verleende op 4 februari 2004 een vergunning voor het kappen van 736 bomen in de omgeving van de Bijlmerdreef, 's-Gravendijkdreef en de wijk Grunder te Amsterdam-Zuidoost. Verzoekers, waaronder een vereniging van huiseigenaren, maakten bezwaar tegen deze vergunning, dat gedeeltelijk niet-ontvankelijk en gedeeltelijk ongegrond werd verklaard. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep ongegrond, waarna verzoekers hoger beroep instelden bij de Raad van State en een voorlopige voorziening vroegen.
De Voorzitter overwoog dat van de 736 bomen 292 op het maaiveld staan en 444 op de taluds van de wegen. Van de maaiveldbomen waren er al 21 gekapt. Voor de taludbomen kon vanwege een eerdere uitspraak van de voorzieningenrechter geen gebruik worden gemaakt van de kapvergunning, zodat daarvoor geen spoedeisend belang bestond. Voor de 271 resterende maaiveldbomen overwoog de Voorzitter dat het spoedeisend belang ontbrak omdat verzoekers onvoldoende aannemelijk hadden gemaakt dat de kapvergunning onrechtmatig was, mede gelet op deskundigenrapporten die een licht positief effect op de grondwaterstand meldden.
Het belang van het dagelijks bestuur om met de bouwplannen te kunnen starten werd zwaarder gewogen dan het belang van verzoekers om de bomen te behouden. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de kapvergunning voor 736 bomen wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.