ECLI:NL:RVS:2005:AS3891
Raad van State
- Hoger beroep
- R.R. Winter
- W.D.M. van Diepenbeek
- B.J. van Ettekoven
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering ligplaatsvergunning woonark Amsterdam-Noord
Appellant verzocht om een vergunning voor het innemen van een ligplaats met zijn woonark aan een locatie in Amsterdam-Noord. Het dagelijks bestuur van het stadsdeel weigerde deze vergunning en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank Amsterdam bevestigde deze beslissing. Appellant stelde in hoger beroep dat de rechtbank onvoldoende zorgvuldigheid betrachtte, dat het schip sinds 1987 als woonschip op de ligplaats lag en dat het beleid onterecht werd toegepast.
De Raad van State oordeelde dat appellant voldoende gelegenheid had gehad om zijn bezwaren toe te lichten en dat het niet horen van getuigen niet onzorgvuldig was. Verder was appellant er niet in geslaagd aan te tonen dat het oude schip, dat in 1997 werd vervangen, hoofdzakelijk als woonverblijf werd gebruikt en derhalve tot het huidige bestand behoorde. De Raad bevestigde dat het dagelijks bestuur terecht het beleid hanteerde om alleen vergunningen te verlenen aan woonschepen die tot het huidige bestand behoren.
Ten slotte wees de Raad het beroep af dat het gelijkheidsbeginsel werd geschonden door vermeende vergunningverlening aan andere schepen, omdat die gevallen niet vergelijkbaar waren. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van de ligplaatsvergunning omdat niet is aangetoond dat het schip tot het huidige bestand behoort.