ECLI:NL:RVS:2005:AS3902
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.Ph.J.A.M. Hennekens
- Ch.W. Mouton
- S.F.M. Wortmann
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit urgente sanering ernstige bodemverontreiniging Amsterdam
Bij besluit van 16 oktober 2002 stelde de gemeente Amsterdam vast dat er sprake was van ernstige bodemverontreiniging op een locatie in Amsterdam, waarvan de sanering urgent was. Dit besluit werd bevestigd bij een beslissing op bezwaar van 16 maart 2004. Appellanten, een vastgoedvennootschap en haar vennoten, maakten bezwaar tegen de omvang van de verontreiniging en de urgentie van de sanering.
De appellanten voerden aan dat onduidelijkheid bestond over de begrenzing van de verontreiniging en dat er meerdere bronnen zouden zijn. De Raad oordeelde dat de gemeente zich terecht baseerde op de interventiewaardecontour en dat er sprake was van één geval van bodemverontreiniging. Wel stelde de Raad vast dat de gemeente onvoldoende had onderbouwd dat er een actueel verspreidingsrisico bestond, omdat de aanwezigheid van een drijflaag van minimaal 5 mm niet was aangetoond.
De gemeente had zich gebaseerd op een circulaire waarin gesteld wordt dat een drijflaag altijd een actueel verspreidingsrisico inhoudt, maar de onderzoeken toonden geen drijflaag van de vereiste dikte aan. Hierdoor was het besluit op bezwaar niet zorgvuldig genomen. De Raad verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en veroordeelde de gemeente tot betaling van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit van de gemeente Amsterdam over urgente sanering van ernstige bodemverontreiniging wordt vernietigd wegens onvoldoende onderbouwing van een actueel verspreidingsrisico.