ECLI:NL:RVS:2005:AS3905
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- M. Oosting
- Ch.W. Mouton
- H. Borstlap
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit bestuursdwang wegens onvoldoende zorgvuldigheid bij opsporing gevaarlijke stoffen
Op 28 oktober 2003 besloot het college van gedeputeerde staten van Groningen bestuursdwang toe te passen tegen het zonder vergunning opslaan en bewerken van vuurwerk en ontplofbare stoffen op het perceel van appellant. Dit besluit werd schriftelijk bevestigd op 31 oktober 2003. Appellant maakte bezwaar tegen deze bestuursdwang, dat op 18 juni 2004 ongegrond werd verklaard. Hiertegen stelde appellant beroep in bij de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de vraag of de stoffen die waren aangetroffen daadwerkelijk gebruikt konden worden voor het vervaardigen van vuurwerk. Appellant voerde aan dat de stoffen ongevaarlijk waren en dat de visuele waarneming en etikettering onbetrouwbaar waren omdat de etiketten verouderd waren en niet overeenkwamen met de inhoud.
De Raad van State oordeelde dat verweerder, gezien de betwisting van appellant, had moeten overgaan tot chemische analyse of een gelijkwaardige methode om de aard van de stoffen vast te stellen. Het volstaan met visuele waarneming was onvoldoende zorgvuldigheid en daarmee in strijd met artikel 3:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Het beroep werd gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en de provincie werd gelast het betaalde griffierecht aan appellant te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot bestuursdwang wordt vernietigd wegens onvoldoende zorgvuldigheid.