ECLI:NL:RVS:2005:AS3907
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- Th.G. Drupsteen
- Ch.W. Mouton
- M.W.L. Simons-Vinckx
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vergunning opslag en productie farmaceutische en veevoedingsmiddelen wegens onjuiste risicocontourberekening
Bij besluit van 12 januari 2004 verleende het college van burgemeester en wethouders van Laarbeek een vergunning voor het oprichten en in werking hebben van een inrichting voor opslag, productie en verkoop van producten voor de farmaceutische en veevoedingsmiddelenindustrie. Appellant stelde beroep in tegen dit besluit, stellende dat de berekening van de risicocontouren onjuist was omdat deze uitging van het centrum van de opslagruimte in plaats van de rand.
De Afdeling bestuursrechtspraak onderzocht de gebruikte methodiek. Verweerder baseerde zich op een extern veiligheidsrapport waarin de afstand vanaf het midden van de opslagruimte werd gemeten, terwijl de circulaire CPR 15 van de Minister van VROM voorschrijft dat de afstand vanaf de rand moet worden gemeten. Het ontwerp-besluit milieukwaliteitseisen bood ruimte voor afwijking, maar was ten tijde van het besluit nog niet in werking getreden.
De Raad van State concludeerde dat niet is komen vast te staan dat de keuze voor het midden van de opslagruimte gegrond was. Dit leidt tot strijd met de artikelen 3:2 en 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht. Het beroep werd gegrond verklaard, het besluit vernietigd en de gemeente werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het besluit tot vergunningverlening wordt vernietigd wegens onjuiste berekening van risicocontouren en de gemeente wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.