ECLI:NL:RVS:2005:AS3908
Raad van State
- Hoger beroep
- T.M.A. Claessens
- L. Groenendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek rechtsbijstand wegens overschrijding vermogensgrens
Appellant verzocht om rechtsbijstand op grond van de Wet op de rechtsbijstand, maar dit verzoek werd door het bureau rechtsbijstandvoorziening van de raad voor rechtsbijstand Amsterdam afgewezen vanwege overschrijding van de vermogensgrens van €9.100,00. Zowel het beroep bij de raad als het beroep bij de rechtbank Amsterdam werden ongegrond verklaard.
Appellant stelde dat hij door de afwijzing gedwongen zou zijn zijn woning te verhypothekeren, wat met zijn geringe inkomen onredelijk zou zijn en dat de rechtbank onvoldoende rekening had gehouden met deze omstandigheid. De Raad van State oordeelde echter dat de waarde van de woning na aftrek van de hypotheek meer dan €34.033,52 bedraagt en dat het onredelijk bezwarend gelde maken van de woning niet aan de orde is, aangezien verkopen onder onredelijke voorwaarden moet worden verstaan en niet het verhogen van het hypothecair krediet.
De Raad bevestigde dat het bestaande vermogen boven de grens moet worden aangewend voor de kosten van rechtsbijstand en dat de inkomenspositie van appellant daarbij buiten beschouwing blijft. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek om rechtsbijstand bevestigd.