ECLI:NL:RVS:2005:AS3914
Raad van State
- Hoger beroep
- T.M.A. Claessens
- L. Groenendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek rechtsbijstand bij echtscheiding wegens onvoldoende draagkrachtgegevens
Appellant verzocht om rechtsbijstand op grond van de Wet op de rechtsbijstand (Wrb) voor een echtscheiding op gemeenschappelijk verzoek. Het bureau rechtsbijstandvoorziening van de raad voor rechtsbijstand 's-Gravenhage wees dit verzoek af op 27 mei 2002, en de raad verklaarde het beroep daarop ongegrond. De rechtbank 's-Gravenhage bevestigde dit oordeel bij uitspraak van 5 april 2004.
Appellant stelde in hoger beroep dat de raad ten onrechte was uitgegaan van verouderde inkomensgegevens en dat hij alle relevante informatie van zijn bewindvoerder had aangeleverd. Hij voerde aan dat de raad hem niet duidelijk had gemaakt welke informatie noodzakelijk was voor de draagkrachtbepaling.
De Raad van State oordeelde dat appellant niet eerder de juiste gegevens had aangeleverd zonder geldige reden en dat de rechtbank terecht had geoordeeld dat appellant niet voldeed aan de voorwaarden voor toevoeging op grond van artikel 34 Wrb Pro. De nieuw overgelegde stukken in hoger beroep konden niet worden meegewogen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek om rechtsbijstand bevestigd.