ECLI:NL:RVS:2005:AS3915
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling planologische kernbeslissing-plus Project Mainportontwikkeling Rotterdam en toepassing Habitatrichtlijn
De zaak betreft beroepen tegen de planologische kernbeslissing-plus (pkb) 'Project Mainportontwikkeling Rotterdam' (PMR), vastgesteld op 26 september 2003, waarin ruimtelijke voorwaarden zijn gesteld voor de uitbreiding van de Rotterdamse haven en verbetering van de leefomgeving.
Appellanten, waaronder bewonersverenigingen en milieuorganisaties, betwisten onder meer de bevoegdheid van de Afdeling bestuursrechtspraak om over bepaalde onderdelen te oordelen, de omvang en begrenzing van het zoekgebied voor landaanwinning, de naleving van milieuregels, en de toepassing van de Habitatrichtlijn, met name artikel 6. De Afdeling bevestigt haar beperkte toetsingsbevoegdheid tot concrete beleidsbeslissingen en verklaart zich onbevoegd voor beroepen tegen niet als zodanig aangewezen onderdelen.
De Afdeling oordeelt dat de concrete beleidsbeslissingen voor landaanwinning en zandwinning grotendeels rechtmatig zijn, maar dat de pkb in strijd is met artikel 2a, eerste lid, van de WRO vanwege het ontbreken van een duidelijke tijdsduur. Tevens is vastgesteld dat een passende beoordeling in het kader van de Habitatrichtlijn ontbreekt voor effecten op de Waddenzee, waardoor de pkb in strijd is met artikel 6, derde lid, van de Habitatrichtlijn. Ook is de compensatie voor natuurverlies onvoldoende gewaarborgd, wat strijd oplevert met artikel 6, vierde lid, van de Habitatrichtlijn.
Daarnaast behandelt de Afdeling bezwaren over de effecten op leefomgeving, bereikbaarheid, recreatie en visserij, en concludeert zij dat verweerder in redelijkheid heeft gehandeld, behalve waar het gaat om de waarborging van compensatiemaatregelen. De Afdeling wijst op het belang van zorgvuldige motivering en naleving van Europese milieuregelgeving bij grootschalige ruimtelijke projecten.
Uitkomst: De Afdeling verklaart zich deels onbevoegd, wijst beroepen af behalve waar de pkb strijdig is met de WRO en Habitatrichtlijn wegens ontbrekende tijdsduur, passende beoordeling en onvoldoende compensatie.