ECLI:NL:RVS:2005:AS3917
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H. Beekhuis
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen vergunning voor agrarisch paardenbedrijf
Bij besluit van 13 augustus 2004 verleende het college van burgemeester en wethouders van Haarlem een vergunning aan een vergunninghouder voor het oprichten en in werking hebben van een agrarisch bedrijf met paarden. Appellanten maakten bezwaar tegen deze vergunning en stelden dat het bedrijf niet in overeenstemming was met het bestemmingsplan, dat er geurhinder zou ontstaan en dat milieuaspecten onvoldoende waren meegewogen.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat de vergunning uitsluitend geweigerd kan worden indien nadelige milieugevolgen niet kunnen worden voorkomen of voldoende beperkt door voorschriften. De bezwaren van appellanten met betrekking tot het bestemmingsplan werden niet in behandeling genomen omdat deze niet betrekking hadden op milieubescherming.
Verder concludeerde de Afdeling dat verweerder terecht geen rekening hoefde te houden met toekomstige ontwikkelingen die niet concreet waren en dat de aanvraag correct was beoordeeld als een agrarisch paardenfokkerijbedrijf en niet als manege. De gehanteerde richtlijnen voor geurhinder waren juist toegepast en er was geen noodzaak voor een nulsituatie-onderzoek vanwege voldoende voorschriften ter bescherming van bodem en grondwater.
Ook de ligging nabij kwetsbaar natuurgebied vormde geen belemmering voor vergunningverlening. De Afdeling verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen de vergunning voor het agrarisch paardenbedrijf wordt ongegrond verklaard.