Uitspraak
200409797/1 en 200409798/1, en no.
200409799/1, heeft de Voorzitter de verzoeken om voorlopige voorziening met betrekking tot de besluiten van 16 en 18 november 2004 afgewezen. De overbrenging zou thans leiden tot het ontvangen, opslaan of verwerken van afvalstoffen op een wijze die niet in overeenstemming is met de nationale wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen inzake milieubescherming. Dit in aanmerking nemend ziet de Voorzitter in het voormelde betoog van verzoekster, gelet op de betrokken belangen, geen aanleiding een voorlopige voorziening te treffen.