Uitspraak
200409797/1 en 200409798/1, heeft de Voorzitter geoordeeld dat gehele of gedeeltelijke inwilliging van de verzoeken om voorlopige voorzieningen met betrekking tot het bevel de inrichting buiten werking te stellen ertoe zou leiden dat ten aanzien van kosten die, ook bij gedeeltelijke voortzetting van de niet door een vergunning gedekte activiteiten, kunnen voortkomen uit het opslaan van afvalstoffen in de inrichting en ten aanzien van het beheer van afvalstoffen na het beëindigen van de activiteiten in die inrichting, geen adequate financiële zekerheid bestaat. Gelet hierop kan naar het oordeel van de Voorzitter worden daargelaten of er een concreet zicht is op legalisatie.