ECLI:NL:RVS:2005:AS4715
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- T.M.A. Claessens
- S.W. Schortinghuis
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen stillegging bouwwerkzaamheden zonder bouwvergunning
Het college van burgemeester en wethouders van Harlingen weigerde de bouwwerkzaamheden op een perceel stil te leggen ondanks dat deze zonder vereiste bouwvergunning waren gestart. Na een uitspraak van de voorzieningenrechter die het college verplichtte bestuursdwang toe te passen, legde het college op 2 november 2004 de bouwstop op. Verzoekers stelden hoger beroep in tegen deze beslissing en verzochten tevens om een voorlopige voorziening om de bouwstop op te heffen.
De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde het verzoek en oordeelde dat het college bevoegd was tot handhaving op grond van de Woningwet. De bouwwerkzaamheden waren in strijd met artikel 40, eerste lid, van de Woningwet gestart zonder vergunning. De beginselplicht tot handhaving maakt dat het college in beginsel bestuursdwang moet toepassen, tenzij bijzondere omstandigheden dit onredelijk maken.
De aangevoerde belangen van verzoekers vormden geen voldoende grond om de bouwstop te schorsen zolang milieurechtelijke belemmeringen het verlenen van een vergunning in de weg staan. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de bouwstop wordt afgewezen en de stillegging van de bouwwerkzaamheden blijft gehandhaafd.