ECLI:NL:RVS:2005:AS4723
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.R. Schaafsma
- H.Ph.J.A.M. Hennekens
- P.C.E. van Wijmen
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen vergunningen voor zandwinning en aanleg recreatieplas in Houten ongegrond verklaard
Bij besluit van 8 juni 2004 zijn vergunningen verleend voor het ontgronden van percelen en de aanleg van een recreatieplas in Houten, krachtens de Ontgrondingenwet, Wet milieubeheer, Keur van het hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden, Wet beheer rijkswaterstaatswerken, Wet verontreiniging oppervlaktewateren en Wet bodembescherming. Appellant, eigenaar van een perceel op circa 1200 meter afstand, stelde beroep in tegen deze besluiten.
De Raad van State oordeelt dat appellant geen rechtstreeks belanghebbende is bij de vergunningen krachtens de Ontgrondingenwet, Keur en Wet beheer rijkswaterstaatswerken, waardoor het beroep tegen deze besluiten niet-ontvankelijk is. Het beroep tegen de besluiten krachtens de Wet milieubeheer, Wet verontreiniging oppervlaktewateren en Wet bodembescherming wordt inhoudelijk behandeld en ongegrond verklaard.
Appellant voerde onder meer aan dat de besluiten onzorgvuldig zijn voorbereid, dat er sprake zou zijn van partijdigheid, onvoldoende informatieverstrekking, risico’s voor de waterkwaliteit en waardevermindering van omliggende woningen. Deze gronden worden door de Raad van State verworpen, mede omdat de milieueffectrapportage correct is toegepast en de vergunningen binnen de beoordelingsvrijheid van de bestuursorganen zijn verleend.
De Raad concludeert dat de vergunningen rechtmatig zijn verleend en dat de bezwaren van appellant onvoldoende grond bieden voor vernietiging. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vergunningen is deels niet-ontvankelijk en deels ongegrond verklaard, waardoor de vergunningen blijven gelden.