Uitspraak
200102535/1kan, indien de beslistermijn nog niet is verstreken, niettemin sprake zijn van toepassing van artikel 6:20, vierde lid, van de Awb.
Raad van State
Verweerder legde appellanten een last onder dwangsom op wegens het niet verwijderen van bouw- en sloopafval afkomstig van een gesloopte stolpboerderij op een perceel. De dwangsom bedroeg €5.000 per week met een maximum van €20.000. Appellanten stelden beroep in tegen het besluit en tegen het niet tijdig nemen van een beslissing op bezwaar.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit prematuur was omdat verweerder binnen de wettelijke termijn alsnog een besluit nam. Het beroep werd daarom in zoverre niet-ontvankelijk verklaard. Verder werd geoordeeld dat het bestreden besluit geen nieuw primair besluit was maar een beslissing op bezwaar, waarbij de grondslag voor de last onder dwangsom werd beperkt tot overtreding van artikel 10.2 van de Wet milieubeheer.
Appellanten voerden aan dat de begunstigingstermijn onterecht niet was verlengd en dat het onmogelijk was binnen de termijn aan de last te voldoen. De Raad van State vond echter dat de begunstigingstermijn toereikend was en dat er geen gerechtvaardigde verwachting bestond dat deze zou worden verlengd. Het beroep werd voor het overige ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep is voor het overige ongegrond verklaard en het primaire besluit met last onder dwangsom is gehandhaafd.