ECLI:NL:RVS:2005:AS5482
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- P.A. Offers
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Vaststelling ongeschiktheid voor rijbewijs groep 2 na TIA's ondanks medisch advies
Appellante, het CBR, weigerde op 15 november 2002 aan wederpartij een verklaring van geschiktheid af te geven voor rijbewijzen van categorieën C, D, C+E en D+E vanwege eerdere TIA's. Wederpartij maakte bezwaar tegen deze weigering, dat door het CBR werd afgewezen. De rechtbank 's-Gravenhage verklaarde het beroep van wederpartij gegrond en vernietigde de beslissing, stellende dat de weigering onvoldoende gemotiveerd was en dat de TIA's niet samenhingen met atherosclerotisch vaatlijden, maar een andere oorzaak hadden.
De Raad van State oordeelt dat het CBR gebonden is aan de Regeling eisen geschiktheid 2000, waarin een periode van vijf jaar ongeschiktheid geldt na een TIA voor rijbewijzen van groep 2. De oorzaak van de TIA's is daarbij irrelevant. De Afdeling wijst het oordeel van de rechtbank af dat de TIA's van wederpartij niet onder deze regeling vallen. Veranderde medische inzichten kunnen niet leiden tot een afwijking van de regeling zonder aanpassing door de regelgever.
Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van wederpartij alsnog ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Raad van State verklaart het beroep van de aanvrager ongegrond en bevestigt de weigering van het CBR om een verklaring van geschiktheid af te geven voor rijbewijs groep 2 na TIA's.