ECLI:NL:RVS:2005:AS5527
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ontheffing afschot vos ter voorkoming schade aan weidevogels in Fryslân
Appellant, het college van gedeputeerde staten van Fryslân, heeft besloten jachthouders toe te staan de stand van de vos te beperken en aan de Bond van Friese Vogelbeschermingswachten ontheffing te verlenen voor het vangen en doden van vossen ter voorkoming van schade aan flora en fauna.
De stichting De Faunabescherming maakte bezwaar tegen deze besluiten, waarop de rechtbank Leeuwarden het bezwaar tegen de ontheffing van 7 februari 2003 gegrond verklaarde wegens een motiveringsgebrek en het besluit schorste. Appellant stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelt dat gedeputeerde staten bevoegd waren om op grond van artikel 68 van Pro de Flora- en faunawet ontheffing te verlenen, gezien de toename van het aantal vossen en de achteruitgang van weidevogels. Echter is onvoldoende gemotiveerd waarom een zeer ruime ontheffing voor het gehele Friese grondgebied noodzakelijk was, terwijl het Faunafonds adviseerde het afschot te concentreren op belangrijke weidevogelgebieden en het afschot tijdens de kraamperiode te beperken.
De Raad bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank, zij het met verbeterde motivering, en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er is geen proceskostenvergoeding toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd wegens onvoldoende motivering van de ontheffing.