Uitspraak
200102090/2, dat in de op te richten geluidwal onder meer gevaarlijke afvalstoffen zullen worden toegepast die afkomstig zijn van een voormalige vuilstort.
Raad van State
Bij besluit van 13 oktober 2004 verleende de provincie Friesland aan het college van burgemeester en wethouders van Smallingerland een revisievergunning voor een inrichting die onder meer het ontgraven van stortmateriaal en het aanleggen van een geluidwal in het Drachtstervaartgebied omvat. Verzoekster, de vereniging het Drachtster Bos, stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht om een voorlopige voorziening.
De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak behandelde het verzoek op 17 januari 2005 en overwoog dat het verzoek een voorlopig karakter heeft en niet bindend is voor de bodemprocedure. Verzoekster betoogde onder meer dat het stortmateriaal ten onrechte als afvalstof was aangemerkt en dat de milieueffectrapportage (MER) onvoldoende aandacht zou hebben besteed aan alternatieven voor verwerking van het stortmateriaal.
De Voorzitter oordeelde dat het stortmateriaal voor het grootste deel niet als bouwstof kan worden aangemerkt en dat de revisievergunning terecht is verleend voor een inrichting voor het storten van afvalstoffen. Het MER bevatte voldoende informatie en was positief beoordeeld door de Commissie voor de milieueffectrapportage. Tevens werd het betoog dat het gebruik van het stortmateriaal niet de beste techniek zou zijn verworpen. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de revisievergunning voor de aanleg van de geluidwal met stortmateriaal is afgewezen.