ECLI:NL:RVS:2005:AS6178
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- J.M. Boll
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen lozingsvergunning oppervlaktewater
Bij besluit van 13 oktober 2004 verleende het waterschap Aa en Maas aan AKZO Nobel Pharma B.V. een vergunning voor het lozen van afvalstoffen via gemeentelijke riolering en een rioolzuiveringsinstallatie op het oppervlaktewater voor een periode van tien jaar. Verzoekster stelde bezwaar tegen dit besluit en verzocht om een voorlopige voorziening.
Tijdens de zitting op 24 januari 2005 trok verzoekster haar bezwaren in voor zover deze betrekking hadden op coördinatie met de milieubeheervergunning en het ontbreken van een milieu-effectrapportage. Ten aanzien van stankhinder door ondeugdelijke bedrijfsriolering oordeelde de Voorzitter dat dit geen bescherming geniet onder de Wet verontreiniging oppervlaktewateren.
Verzoekster betoogde dat onderzoeksverplichtingen naar bepaalde stoffen, zoals hormonen, ten onrechte ontbraken en dat de vergunning onterecht voor tien jaar was verleend. De Voorzitter stelde dat nader onderzoek in de bodemprocedure nodig is en dat de voorlopige voorziening niet kan worden toegewezen omdat onvoldoende spoedeisend belang was aangetoond.
De Voorzitter besloot het verzoek af te wijzen en zag geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan op 8 februari 2005.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de lozingsvergunning wordt afgewezen wegens onvoldoende spoedeisend belang.