ECLI:NL:RVS:2005:AS6181
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- J.M. Boll
- C. Sparreboom
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen last onder dwangsom opgelegd door waterschap Aa en Maas
Bij besluit van 28 december 2004 legde het dagelijks bestuur van het waterschap Aa en Maas aan verzoekster vier lasten onder dwangsom op wegens overtredingen van milieuregels, waaronder het zonder vergunning lozen van percolaat en het niet naleven van vergunningvoorwaarden.
Verzoekster maakte bezwaar en verzocht om een voorlopige voorziening. Tijdens de zitting trok zij het verzoek in voor één van de lasten onder dwangsom. De Voorzitter oordeelde dat het waterschap bevoegd was om de eerste en derde last onder dwangsom op te leggen wegens het lozen van percolaat zonder vergunning en het overtreden van milieunormen.
Voor de vierde last onder dwangsom, die betrekking had op het composteringsproces op een terrein, stelde de Voorzitter vast dat het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant bevoegd is voor handhaving, niet het waterschap. Daarom werd deze last geschorst.
De eerste last onder dwangsom werd eveneens geschorst omdat het lozen van percolaat uit het bassin slechts eenmalig incident was en de pomp direct was afgekoppeld, waardoor herhaling niet te verwachten was. De derde last onder dwangsom bleef gehandhaafd omdat niet uitgesloten kon worden dat de overtreding zich zou herhalen.
De Voorzitter bepaalde dat het besluit over de eerste en vierde last onder dwangsom wordt geschorst tot zes weken na de beslissing op bezwaar en wees het verzoek voor het overige af. Tevens werd het betaalde griffierecht aan verzoekster vergoed.
Uitkomst: De Voorzitter schorst de eerste en vierde last onder dwangsom en wijst het verzoek voor het overige af.