ECLI:NL:RVS:2005:AS6184
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A.C. Slump
- E.M. Ouwehand
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing van huursubsidiebesluit en toepassing hardheidsclausule
Appellante kreeg voor het subsidietijdvak 1 juli 2002 tot 1 juli 2003 huursubsidie toegekend. Tegen een daaropvolgend besluit dat bezwaar ongegrond verklaarde, stelde zij beroep in bij de rechtbank Arnhem. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit maar liet de rechtsgevolgen in stand. Appellante ging hiertegen in hoger beroep bij de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de toepassing van de hardheidsclausule uit artikel 26 van Pro de Huursubsidiewet, met name of de vakantietoeslag over 2000, die in 2001 werd uitgekeerd, ten onrechte als inkomen was meegenomen. De Raad van State oordeelde dat de Staatssecretaris/Minister bij het vaststellen van de huursubsidie in beginsel moest uitgaan van door de Belastingdienst aangeleverde gegevens, waartegen appellante geen bezwaar had gemaakt.
Echter, de Raad stelde vast dat het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd was omdat het niet inging op de hardheidsclausule en het beleidsstandpunt van de Minister dat in bijzondere gevallen bepaalde inkomsten buiten beschouwing kunnen worden gelaten. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd voor zover zij de rechtsgevolgen van het besluit in stand liet, maar voor het overige bevestigd. De Minister werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd voor zover de rechtsgevolgen in stand werden gelaten, en de eerdere uitspraak van de rechtbank bevestigd.