ECLI:NL:RVS:2005:AS6199
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- W. Konijnenbelt
- J.M. Leurs
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen gedogen composteerinrichting zonder milieuvergunning
Verweerder, het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland, besloot het in werking zijn van een composteerinrichting voor groenafval zonder milieuvergunning onder voorwaarden te gedogen tot uiterlijk 1 mei 2005 of tot het moment dat een nieuwe vergunning in werking treedt. Verzoekers maakten bezwaar en vroegen om een voorlopige voorziening.
Verzoekers stelden dat het gedogen onrechtmatig is omdat het composteren in strijd is met het bestemmingsplan en geurhinder veroorzaakt. Verweerder betoogde dat er concreet uitzicht op legalisatie bestaat door een ingediende aanvraag om een oprichtingsvergunning en dat handhaving onevenredig zou zijn vanwege een overmachtsituatie.
De Voorzitter oordeelde dat de aanvraag om vergunning en het geurrapport voldoende uitzicht op legalisatie bieden. De voorwaarden ter beperking van geurhinder, waaronder een limiet op het percentage grasachtig materiaal en maatregelen uit de bijzondere regeling G.2, zijn toereikend. De gedoogbeschikking is daarmee gerechtvaardigd. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het gedogen van de composteerinrichting zonder milieuvergunning is afgewezen.