ECLI:NL:RVS:2005:AS6200
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- D.A.C. Slump
- S.H. van den Ende
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en ongegrondverklaring beroep tegen bouwstop en dwangsom
Appellant legde op 12 augustus 2003 bouwactiviteiten stil en stelde een dwangsom van €1.000 per dag op met een maximum van €100.000 bij voortzetting van de bouw. De rechtbank Zutphen verklaarde het beroep van wederpartij tegen deze maatregel gegrond en vernietigde het besluit op bezwaar. Appellant ging hiertegen in hoger beroep bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelt dat de rechtbank ten onrechte ambtshalve heeft getoetst aan artikel 5:36 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, omdat dit niet aan de orde was gesteld door wederpartij en de bepaling niet van openbare orde is. De stillegging van 26 juni 2003 beëindigde de overtreding op dat moment, en de dwangsom is gericht op het voorkomen van toekomstige overtredingen.
Verder stelt de Raad dat de bouwactiviteiten vergunningplichtig zijn en dat het college bevoegd was deze stil te leggen op grond van de Woningwet en de gemeentelijke bouwverordening. Het beroep van wederpartij wordt daarom ongegrond verklaard. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de bouwstop en dwangsom wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.