ECLI:NL:RVS:2005:AS6213
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- E.M.H. Hirsch Ballin
- J.A. Hoovers-Backaert
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking keuringsbevoegdheid na niet-medewerking steekproef herkeuring
De Algemeen Directeur van de Dienst Wegverkeer (RDW) heeft op 24 september 2004 de keuringsbevoegdheid en erkenning van appellant voor het uitvoeren van periodieke keuringen van voertuigen tot 3500 kg voor negen weken ingetrokken. Dit vanwege het niet verlenen van volledige medewerking aan een steekproefsgewijze herkeuring op 18 augustus 2004, waarbij het voertuig niet aanwezig was op de keuringsplaats.
Appellant voerde aan dat hij tijdens de vakantie van een collega in diens garage keuringen verrichtte en abusievelijk verkeerde keuringsinstantiegegevens invoerde, waardoor slechts een administratieve fout was gemaakt. De voorzieningenrechter en de Raad van State oordeelden echter dat het voertuig niet op de juiste locatie beschikbaar was gesteld, wat een overtreding van de medewerkingsverplichting inhoudt.
De Raad van State bevestigde dat de RDW terecht het sanctiebeleid toepaste, waarbij de intrekking van de erkenning en keuringsbevoegdheid proportioneel was en rekening hield met de staat van dienst van appellant. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de intrekking van de keuringsbevoegdheid voor negen weken bevestigd.