ECLI:NL:RVS:2005:AS6227
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- C.H.M. van Altena
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlenging stageduur advocatuur bij deeltijdwerkweek onder 40 uur
De raad van toezicht van de Nederlandse orde van advocaten besloot de stage van appellante sub 2 met vier maanden te verlengen op grond van artikel 9b van de Advocatenwet. Appellanten stelden dat appellant sub 1 als patroon een rechtstreeks belang had en dat de werkweek van 36 uur niet als deeltijd mocht worden aangemerkt.
De rechtbank oordeelde dat appellant sub 1 geen rechtstreeks belang had en verklaarde zijn beroep niet-ontvankelijk. Tevens stelde de rechtbank vast dat de wetgever bij de Advocatenwet en de Stageverordening uitgaat van een voltijdwerkweek van 40 uur, waardoor de stage bij een kortere werkweek naar evenredigheid verlengd moet worden.
De Raad van State volgde deze overwegingen en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Het beroep van appellanten werd ongegrond verklaard en de verlenging van de stageduur met vier maanden gehandhaafd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de verlenging van de stageduur met vier maanden bij een deeltijdwerkweek van 36 uur.