ECLI:NL:RVS:2005:AS6236
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- H.G. Lubberdink
- W.D.M. van Diepenbeek
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over ontvankelijkheid beroep derde-belanghebbende bij griffierechtbetaling
Het college van burgemeester en wethouders van Zwartewaterland verleende op 4 juni 2002 een vrijstelling en bouwvergunning aan appellant voor woninguitbreiding. De derde-belanghebbende stelde beroep in tegen dit besluit, maar betaalde het griffierecht niet binnen de gestelde termijn. De rechtbank verklaarde het beroep ontvankelijk en vernietigde het besluit op bezwaar.
Appellant stelde in hoger beroep dat het beroep van de derde-belanghebbende niet-ontvankelijk had moeten worden verklaard wegens te late betaling van het griffierecht, op grond van artikel 8:41 Awb Pro. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat de rechtbank volgens bestendig beleid de indiener een tweede termijn voor betaling van het griffierecht mag gunnen.
Hierdoor kon niet worden geoordeeld dat de derde-belanghebbende in verzuim was. De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.