ECLI:NL:RVS:2005:AS7252
Raad van State
- Hoger beroep
- F.P. Zwart
- H. Troostwijk
- W.D.M. van Diepenbeek
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging besluit aanwijzing beschermd gemeentelijk monument te Utrecht
Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht heeft bij besluit van 10 juli 2001 een pand aangewezen als beschermd gemeentelijk monument. Appellante maakte bezwaar tegen deze aanwijzing, dat door het college ongegrond werd verklaard. De rechtbank Utrecht vernietigde dit besluit in uitspraken van 17 maart 2003 en 29 juni 2004 wegens onvoldoende motivering.
Het college stelde vervolgens opnieuw het bezwaar ongegrond bij besluiten van 9 december 2003 en 1 december 2004. Hiertegen stelde appellante hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling behandelde het hoger beroep op 14 januari 2005.
De Afdeling oordeelde dat het college binnen de wettelijke termijnen heeft gehandeld en dat de overschrijding van de termijn geen fictieve weigering tot besluitvorming inhoudt. Tevens concludeerde de Afdeling dat het college de door appellante aangedragen argumenten, waaronder een rapportage van een deskundige, voldoende heeft weerlegd en dat het college binnen zijn beoordelingsruimte tot het positieve monumentenadvies mocht komen.
Ook het betoog dat onvoldoende rekening is gehouden met de belangen van appellante faalde, omdat concrete sloop- en nieuwbouwplannen ontbraken. De Afdeling bevestigde daarom de vernietiging van het eerdere besluit van de rechtbank en verklaarde het beroep van appellante ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen het besluit tot aanwijzing van het pand als beschermd gemeentelijk monument wordt ongegrond verklaard.