ECLI:NL:RVS:2005:AS8214
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- M. Vlasblom
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning regulier wegens ontbreken geldige machtiging tot voorlopig verblijf
Appellante vroeg een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd aan, welke door de Staatssecretaris van Justitie werd afgewezen wegens het ontbreken van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). Het bezwaar van appellante werd ongegrond verklaard en ook de rechtbank wees het beroep af. Appellante stelde vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat het mvv-vereiste een legitiem doel nastreeft en in overeenstemming is met het recht van vestiging uit de Associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en Bulgarije. Het Hof van Justitie bevestigde in het arrest Panayotova dat lidstaten een stelsel van voorafgaande controle mogen hanteren, waarbij de aanvraag voor een mvv in het land van herkomst moet worden ingediend.
De Raad stelde vast dat appellante het ontbreken van een geldige mvv terecht werd tegengeworpen en dat er geen sprake was van een onbillijkheid van overwegende aard. Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep ongegrond verklaard. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf.