ECLI:NL:RVS:2005:AS8403
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- Th.G. Drupsteen
- J.G.C. Wiebenga
- H. Borstlap
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schadevergoeding na last tot verwijdering afvalstoffen
Appellant kocht in 1985 een stuk grond met daarop afvalstoffen. In 1996 legde de provincie Limburg hem een last op om deze afvalstoffen te verwijderen, met een dwangsom bij niet-naleving. Appellant maakte bezwaar tegen deze last, maar dit werd ongegrond verklaard en de Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde dit in eerdere uitspraken.
In 2001 verzocht appellant om een zuiver schadebesluit omdat hij schade had geleden door het naleven van de last. De provincie wees dit verzoek af en handhaafde dit besluit bij bezwaar. Appellant stelde dat de last ten onrechte aan hem was opgelegd in plaats van aan een derde partij en dat hij daardoor onevenredig nadeel had geleden.
De Raad van State oordeelde dat het besluit uit 1996 rechtmatig is en dat schade veroorzaakt door feitelijke handelingen niet in deze procedure kan worden meegenomen. De kosten die appellant maakte vallen niet onder een onevenredig nadeel dat gecompenseerd moet worden. Het beroep is daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het verzoek om schadevergoeding wordt ongegrond verklaard.