ECLI:NL:RVS:2005:AS8407
Raad van State
- Hoger beroep
- P. van Dijk
- W.D.M. van Diepenbeek
- M.A.A. Mondt-Schouten
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over belanghebbende bij last onder dwangsom horeca-activiteiten
Het college van burgemeester en wethouders van Breda legde op 20 december 2001 een last onder dwangsom op aan de exploitant om horeca-activiteiten op een perceel te staken en te beperken tot een kleinschalige, bedrijfsgebonden horecavoorziening. Appellanten, die geen directe last onder dwangsom ontvingen, maakten bezwaar en voerden aan dat zij als belanghebbenden moesten worden aangemerkt.
De rechtbank Breda verklaarde het beroep van appellanten gegrond en vernietigde het besluit op bezwaar gedeeltelijk. Het college stelde vervolgens beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat alleen de overtreder van de last onder dwangsom als belanghebbende kan worden beschouwd, omdat alleen hij een dwangsom kan verbeuren.
Appellante sub 2 stelde dat zij als eigenaar van het gebouw schade leed, maar dit belang was contractueel en niet rechtstreeks betrokken bij de last. Ook was er geen rechtsoordeel over strijdigheid met planvoorschriften aangevraagd. De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.