ECLI:NL:RVS:2005:AS8415
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- E.M.H. Hirsch Ballin
- J.M. Leurs
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen last onder dwangsom milieuvergunning
Verzoekster werd bij besluit van 21 december 2004 een last onder dwangsom opgelegd wegens overtreding van voorschriften verbonden aan een milieuvergunning en artikel 8.1 van de Wet milieubeheer. De dwangsommen bedroegen respectievelijk maximaal €10.000 en €125.000.
Verzoekster stelde dat de vergunning was vervallen en dat de voorschriften niet meer van kracht waren, en dat legalisatie op korte termijn te verwachten was door een ingediende milieuvergunningaanvraag. Verweerder stelde dat geen volledige en ontvankelijke aanvraag was ingediend en dat er risico op bodemverontreiniging bestond.
De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het bodembelastingsonderzoek voldeed aan de voorschriften, dat geen concreet uitzicht op legalisatie bestond omdat de aanvraag incompleet was, en dat geen bijzondere omstandigheden of onevenredigheid bestonden om af te zien van handhaving. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de last onder dwangsom wordt afgewezen.